Keulenaar.
Lang smal vrachtschip voor de riviervaart, in het Hollands verbasterd als sammereus, maar vanwege de vaart op Keulen ook keulenaar genoemd. Familie van de aak. De eerste beschrijving dateert uit 1625. Het schip had toen een lengte van 33 meter, rond 1830 oplopend tot bijna 50 meter en voerde aan de grote mast een marszeil en bramzeil, aan de de bezaansmast een bezaan (gaffelzeil) en op de boegspriet een kluiver en stagfok. Het veelzijdige vaartuig had weinig diepgang en was vooral bestemd voor de "Großen Niederrheinfahrt" tussen Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Keulen, alsmede de vaart op de Sambre en de Maas. De naam samoreus zou wel eens een samentrekking kunnen zijn van Sambre en Meuse. Er werden regelmatige beurtdiensten onderhouden tussen de verschillende steden.